Chuniversiteit logomarkChuniversiteit.nl
Chuniversiteit­schrift

Valse vrienden in het onderwijs

Valse vrienden naaien je er altijd bij op een moment waarop het je niet uitkomt, dus je kunt maar beter goed voorbereid zijn…

Two students standing in front of a blackboard.
‘Ah yes I do with my buddy a fuck over music at the high school’

Een valse vriend is een woord dat sterk lijkt op een woord in een andere taal, maar een heel andere betekenis heeft. Met valse vrienden kun je een hoop lol uithalen. Maar als je ze niet kent, kun je ook flink voor lul staan als je woorden verkeerd gebruikt of interpreteert. Sinds ik aan een onderwijsinstelling werk, is me steeds meer opgevallen hoeveel van die valse vrienden er in ons vakgebied te vinden zijn.

Onderwijsinstellingen

Link

Een hoop valse vrienden hebben te maken met de verschillende soorten onderwijs die in Nederland aangeboden worden.

De verwarring begint vaak al in het middelbaar onderwijs.

Zelf heb ik in een ver, smartphoneloos verleden gymnasium gedaan. In grote delen van Europa bedoelt men daar een vwo-achtig schooltype mee waar je naast de normale vakken ook Grieks en Latijn krijgt, maar daarbuiten zal men vooral denken dat je naar een bent gegaan.

Daarnaast komt in het Nederlands de term college vaak voor in namen van middelbare scholen, terwijl het in andere landen vaak gebruikt wordt voor instellingen voor hoger onderwijs (VS) of onderdelen van een universiteit (VK). Omgekeerd lijkt het Nederlandse woord hogeschool dan weer heel erg op het Engelse high school.

Docenten

Link

Naast de onderwijsinstellingen zelf zijn er ook een hoop valse vrienden te vinden als het gaat om de mensen die daar werken.

In het Nederlands denk je bij de term faculteit waarschijnlijk aan een organisatieonderdeel. Die betekenis heeft het Engelse faculty ook, maar onderwijzend personeel wordt óók ‘faculty’ genoemd.

Er zijn verschillende soorten onderwijzend personeel. In sommige landen heet iedereen professor. Maar niet in Nederland – de meeste docenten aan Nederlandse universiteiten zijn géén professor (full professor), maar universitair hoofddocent (associate professor) of ‘gewoon’ universitair docent (assistant professor) en hebben dus geen prof. vóór hun naam staan. Aan de overkant van het Kanaal gebruiken ze overigens weer andere termen. Daar spreekt men over readers en lecturers. Die laatste moet je niet verwarren met lectoren in Nederland, de ‘professoren’ van hogescholen, of met lecturers in de Verenigde Staten, .

Studeren

Link

Het belangrijkste voor studenten is natuurlijk de opleiding en alles daar omheen. Ook hier zijn er een aantal termen die vaak verkeerd gebruikt worden.

Laat ik beginnen met de allerbelangrijkste: de studie zelf. In het Nederlands zeggen mensen vaak dat ze een studie doen. Maar in het Engels betekent ‘doing a study’ iets heel anders, namelijk het doen van een onderzoek.

Een opleiding bestaat uit vakken. In het Engels heet zo’n vak een course. Dat klinkt een beetje als het Nederlandse cursus, maar bij dat laatste is het niveau vaak stukken lager en is vaak al genoeg om in aanmerking te komen voor een certificaat.

Bij een vak aan een hogeschool of universiteit krijg je vrijwel altijd te maken met hoorcolleges en werkcolleges. In het Engels noem je dit geen ‘hearing colleges’ en ‘working colleges’, maar lectures en seminars.

Tijdens een vak organiseren docenten vaak spreekuren waar je als student terechtkunt met vragen over de lesstof. Deze spreekuren heten in het Engels office hours. Kantooruren heten in het Engels overigens óók ‘office hours’. Waarschijnlijk heten spreekuren zo omdat dit de weinige momenten op de dag zijn waarop docenten niet in een lokaal maar in hun kantoor te vinden zijn.

Als je in het hoger onderwijs een vak met succes afrondt, krijg je daar doorgaans twee dingen voor: studiepunten en een cijfer. Studiepunten heten in het Engels geen study points, maar credits. Binnen Europa hebben deze credits grotendeels dezelfde betekenis. Dat geldt echter niet voor cijfers. Waar wij Nederlanders werken met cijfers tussen de 1 en de 10, is je grade in andere landen soms een letter (Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten) of een cijfer op een andere numerieke schaal.

Na je studie

Link

Ook na je afstuderen kan er qua taal nog van alles misgaan.

Dat begint met het diploma, dat in het Nederlands zowel verwijst naar het afronden van een opleiding (‘ik heb mijn diploma gehaald’) als de bul die je daarna ontvangt. Maar in Amerika bedoelt men met ‘diploma’ alleen het fysieke papiertje. In het Verenigd Koninkrijk is een diploma daarentegen óók een soort kwalificatie die vaak ergens tussen een Nederlandse propedeuse en een echte academische graad in ligt. En in Duitsland wordt met Diplom meestal een (oudere) academische graad bedoeld die ergens tussen een bachelor en master in ligt.

Mensen die een ingenieursopleiding hebben afgerond mogen zich ingenieur (ing. of ir.) noemen, wat in het Engels meestal engineer wordt. Toch zie je die term ook in contexten die weinig met klassieke techniek te maken hebben. In veel landen is ‘engineer’ namelijk geen beschermde titel, maar vooral een functienaam. Je mag jezelf daar dus ook engineer noemen als dat is. In andere landen is de titel juist wel beschermd en heb je een aparte registratie of licentie nodig. Met alleen een Nederlandse ingenieurstitel ben je daar dus niet automatisch ‘engineer’ in de juridische zin.

Tot slot: als je in Nederland cum laude (met lof) bent afgestudeerd, dan mag je daar best trots op zijn. In Nederland krijg je die meestal als je gemiddelde cijfer boven een 8 ligt en je aan extra voorwaarden voldoet. In het Engels hoor je wel eens de term with honours. Dat klinkt als hetzelfde, maar dat is het niet. In veel landen is het vooral een vaste graadaanduiding. In het Verenigd Koninkrijk valt daar bijvoorbeeld een groot deel van de afgestudeerden onder (grofweg de bovenste 70 à 80 procent). Het zegt daardoor meestal minder over uitzonderlijk hoge prestaties dan ‘cum laude’ in Nederland.