Ik heb eindelijk een website

Een eigen website bouwen kost altijd even wat tijd, maar Chun Fei deed er wel héél erg lang over. In dit eerste blog vertelt hij wat hem destijds heeft doen besluiten om een eigen website te bouwen.

Mijn oude werkplek bij InTraffic, waar ik werkte als web developer die geen websites bouwde.
Mijn oude werkplek bij InTraffic, waar ik werkte als web developer die geen websites bouwde. CC-BY-SA 3.0: Chun Fei Lung

Eind 2013 begon ik aan mijn eerste baan: programmeur bij InTraffic. Daar werkte ik aan de reisinformatiesystemen van wat destijds nog GOVI heette. Daar was veel aan voorafgegaan. Uiteraard waren er de vijf jaren aan practica, tentamens, essays, onderzoeken, en case studies – maar eigenlijk begon het hele IT-avontuur al veel eerder.

Rond mijn 10e kochten mijn ouders voor honderd gulden een derde- of vierdehands IBM-pc’tje voor me. Ik had geen idee waarom. Computers vond ik niet zo interessant. Dat was ook niet zo raar: in de media werden IT’ers altijd afgeschilderd als rare nerds, die rare dingen deden als programmeren, hacken, pc’s bouwen, en vage humor hebben. Ik hield me veel liever bezig met schrijven, tekenen, en knutselen. De kunstacademie, dat was mijn levensdoel.

Dat veranderde compleet zodra ik die pc aanzette. Met programma’s als WordPad en Paint had ik alles wat ik nodig had om een eigen, prachtig geïllustreerd boek te maken. Helaas hield die computer er na een jaar al mee op, en moest ik weer terug naar naar het ouderwetse pen en papier.

Het volgende mind blown-moment kwam rond mijn 12e, toen ik thuis voor het eerst een internetaansluiting had. Voor wie het zich niet kan herinneren: het internet zag er toen nog heel anders uit. Websites als Google en Wikipedia bestonden toen al wel, maar waren nog niet bekend bij het grote publiek. Websites vinden deed je dus nog met Lycos, Ilse, of één van de overzichtspagina’s van startpagina.nl. Daarmee kwam je vaak uit bij uitbundig versierde websites van hobbyisten, die niet zelden gehost waren door de internetaanbieder (vooral Planet en XS4ALL) of bij GeoCities, een populaire dienst die gratis webruimte aanbood in ruil voor advertenties.

Het idee dat je met een klein beetje know-how je werk aan de wereld kon tonen vond ik geweldig. Websites vond ik cool, en mensen die een website hadden waren dat dus ook. Als tiener zit je vaak in een rare levensfase waarin je cool wilt zijn. En dus besloot ik dat ik ook een eigen website moest hebben. Dat was in 2002.

In de tussentijd is er veel veranderd. Ik ben informatica en informatiekunde gaan studeren, en heb leren programmeren. Kunnen programmeren heeft zo zijn voor- en nadelen. Het voordeel is dat je met programmeren veel toffere websites kan maken dan wanneer je daar programma’s zoals WordPress voor gebruikt. Het nadeel is dat je je veel meer bezig gaat houden met programmeren en herprogrammeren, waardoor je nooit meer iets afmaakt.

Daarover gesproken trouwens, ik heb nu eindelijk wél een website af kunnen maken. Al met al heb ik er een kleine 15 jaar over gedaan. Dat zie je niet terug in het resultaat, maar hé: het gaat erom dat ik nu die website heb!

Helaas ben ik er inmiddels achter gekomen dat mensen met een website helemaal niet cool zijn, maar gewoon nerds met een website. Het zij zo. Ik ben geen 12 meer, ik hoef ook niet meer zo nodig “cool” te zijn.